Betekenis van Jargon

  1. Affiliate Programming (ook: associate program, revenue sharing program, referal program of partner program)
    Techniek om via een website inkomsten te genereren met de publikatie van naar de verkoper gelinkte advertenties.
  2. Affinity Programming
    Techniek om mbv (wederzijdse) links met geliëerde bedrijven en organisaties het verkeer op en tussen websites te verhogen.
  3. AppGuard
    Netwerkbeheer systeem met als voornaamste functie het beheren van (vooruit-)betaalde toegang tot internet.
  4. ASP (Active Server Pages)
    Server side scripting technologie van Microsoft.
  5. Banners
    Banners zijn grafische advertenties met een link naar informatie over een product.
  6. BidReporter
    Applikatie die oa kan weergeven hoeveel adverteerders aan de marketing zoekmachine, zoals bv Google, betalen per click per zoekterm.
  7. Cailleur
    Bereider van fruits de mer.
  8. Community Link Building
    Techniek om mbv (wederzijdse) links met lokale bedrijven en organisaties het verkeer op en tussen websites te verhogen.
  9. ConnectCommerce
    Performics upload, tracking en reporting software voor PPC zoektermen.
  10. CSS (Cascading Style Sheets)
    Techniek waarmee de vormgeving (zoals kleuren, lettertypes en afmetingen) van een website wordt bepaald.
  11. ePR (electronic Public Relations)
    Het promoten van een website via internet mbv nieuwsbrieven, forums etc.
  12. Espotting (nu samen met FindWhat opererend onder de naam Yahoo!)
    PPC zoekmachine.
  13. Google
    PPC zoekmachine.
  14. HTML (Hyper Text Markup Language)
    Programmeertaal waarmee websites worden gebouwd.
  15. IMS (Information Management System)
    IBM databaseprogramma voor het opslaan en ophalen van gegevens.
  16. JavaScript
    Scripttaal voor websites die meestal lokaal door de browser, oftewel cliënt side, wordt geïnterpreteerd.
  17. JCL (Job Control Language)
    Scripttaal voor IBM mainframe.
  18. Overture (nu ingelijfd door en opererend onder de naam Yahoo!)
    PPC zoekmachine.
  19. Performics (nu DoubleClick Performics, opererend onder het vaandel van Google)
    Producent van upload, tracking en reporting software voor PPC zoektermen.
  20. PHP (Oorspronkelijk: Personal Home Page. Nu: Hypertext Preprocessor)
    Open source server side scripttaal. Ik ben het in 2004 als hobby gaan gebruiken als een alternatief voor Microsofts Active Server Page (ASP) technologie, omdat ik er dan ook offline database gestuurde interactieve sites mee kon testen. Tegenwoordig schijnt het met de nodige updates ook met ASP mogelijk te zijn je site offline te testen.
  21. PLI (Programming Language One, ook: PL/1 of PL1)
    Programmeertaal die door IBM in de 60-er jaren werd ontwikkeld voor zowel wetenschappelijke als administratieve applikaties.
  22. PPC (Pay Per Click, ook wel CPC (Cost Per Click) of search engine advertising)
    Marketing methode waarbij de adverteerder (bv bol.com) aan de marketing zoekmachine (bv google) een bedrag betaald gebaseerd op het aantal malen dat bezoekers van de website op de advertentie klikken. De advertentie verschijnt in de gesponserde resultatenlijst die bij Google momenteel "Gesponsorde Koppelingen" heet. Hoe meer je per click betaald, hoe hoger je advertentie in de lijst komt te staan, wat weer de kans op een verkoop vergroot.
  23. TSO/SPF (TSO: Time Sharing Option, SPF: System Productivity Facility)
    Een combinatie van software tbv het manipuleren van data op IBM mainframes.
  24. SEO (Search Engine Optimisation)
    Marketing techniek om een website dusdanig te prepareren dat het de kansen vergroot om in de hoogste resultaten van een zoekmachine terecht te komen, wanneer een relevante zoekopdracht wordt ondernomen.
  25. Usability
    Gebruiksersvriendelijkheid van websites.
  26. VBScript
    Scripttaal voor websites die meestal door de server, oftewel server side, wordt geïnterpreteerd.
  27. XHTML (Extensible Markup Language)
    Herformulering van HTML volgens de regels van XML.
Terug naar boven